Kerkewijk 67
3901 EC Veenendaal
Tel: 0318 - 554 795
Fax: 0318 - 502 067
E-mail: info@valleitandartsen.nl
Verdovingen
Verdoving ofwel lokale anesthesie is bijna niet meer weg te denken om tandheelkundige behandelingen pijnloos te verrichten. Afhankelijk van de te verdoven plaats in de mond bestaan er verschillende technieken:
Infiltratieanesthesie
Hierbij wordt lokaal (ter plaatse van de te behandelen tand of kies) verdovingsvloeistof ingebracht, ter hoogte van de wortel. Zo komt de verdovingsvloeistof bij de zenuw van de tand of kies (infiltreert), waardoor deze verdoofd raakt. Dit kan echter niet bij de onderkaak, omdat het bot daar te compact is om doorheen te dringen.
Geleidingsanesthesie
Deze techniek gebruiken we voor de onderkaak. Omdat het bot hier, zoals gezegd, te compact is om doorheen te dringen, moet de hele zenuw van de onderkaak verdoofd worden. Op de plaats waar hij de onderkaak binnenkomt, d.w.z. achterin de mond aan de binnenzijde van het opstijgende deel van de onderkaak. Vandaar dat hierbij ook de lip en de tong aan één zijde van de onderkaak verdoofd raken.
Interligamentaire anesthesie
De intraligamentaire techniek kan zowel in de boven- als onderkaak worden toegepast. Bij deze techniek wordt tussen de wortel en het kaakbot – met een heel dun naaldje – verdovingsvloeistof naar de wortelpunt van de tand of kies geperst.
Werkt een verdoving altijd goed?
In 99% van de gevallen wel. Bij een ontsteking aan bijvoorbeeld de wortelpunt van de tand of kies kan het voorkomen dat de verdoving minder goed werkt. Dit komt omdat de zuurgraad van het ontstekingsweefsel ervoor zorgt dat de verdovingsvloeistof sneller dan normaal haar werkzaamheid verliest. Soms is het dan noodzakelijk om tijdens de behandeling bij te verdoven.




